Nee ik ben niet van de pers

Geschreven in Blog, Schrijven, Taal door Christine van Eerd8 reacties

Interviews: een van de gereedschappen van een tekstschrijver. Ik houd ze vaak. Om informatie over een onderwerp of een organisatie te vergaren. Of om een mooi verhaal boven tafel te krijgen. Net als journalisten. Toch zijn er verschillen, want ik ben niet van de pers.

In de aankondiging van Het Grote Interviewtheater – een jaarlijks evenement met bekende journalisten – stond het zo: Hoe bewerk je als interviewer een gesprekspartner om te bereiken dat die zijn verdediging laat zakken? Welke strikvragen en trucs werken altijd?
Ik ging niet.

Niet uitlokken

Natuurlijk had ik er wat van kunnen leren. Maar de toon van de uitnodiging stond me vreselijk tegen. Interviewen gaat bij mij niet om mensen uitlokken om meer te vertellen dan ze willen. Als ik mensen interview, dan help ik ze hun ideeën goed te verwoorden. Hun gedachtegang te structureren. Tot de kern van de zaak te komen. Vervolgens schrijf ik dat mooi op. Misschien wel mooier dan ze het hebben gezegd.

Wel respecteren

Niet alles wat in een gesprek aan de orde komt, gebruik ik in een tekst. Mensen vertellen vaak meer dan nodig is. En soms ook meer dan ze eigenlijk willen loslaten. Laatst sprak ik een medewerker van een woningcorporatie. Vanwege een heel persoonlijke reden heeft ze een aantal jaar niet gewerkt en nu is ze blij met haar parttime baan. Ze schrok er zelf van dat ze dat aan mij vertelde en ze wou het echt niet in het stukje. Veel van haar collega’s wisten het niet eens. Natuurlijk vind ik dat jammer. Het persoonlijke detail had het artikel over haar werk nog meer kleur gegeven. Maar was het noodzakelijk? Nee, en dus liet ik het weg.

Ook meedenken

De manier waarop mensen iets zeggen, komt tijdens een interview ook vaak ter sprake. ‘Is het wel handig om het zo te formuleren?’, vraag ik dan. Ik weet dat de woorden van de geïnterviewde anders kunnen overkomen dan hij bedoelt. Samen zoeken we naar een formulering die beter past. Ik creëer ruimte om vrijuit te praten, hardop te denken en zo komen de mooiste uitspraken boven.

Altijd laten nalezen

De geïnterviewde mag de tekst altijd nalezen op foutjes. En meer dan dat: als dingen bij nader inzien onhandig geformuleerd zijn, mag het anders. Een gehaaide journalist zou schermen met de opnames: ‘Zo heb je het echt gezegd!’ Ik ben milder.

Nee ik ben niet van de pers. Ik ben niet uit op een scoop. Bij mij geen trucs en strikvragen. Het gaat mij om een verhaal waar de geïnterviewde blij mee is. Het mooiste compliment dat ik ooit kreeg na een interview? ‘Zo had ik het willen zeggen.’

Foto van Lewis Fagg gevonden op Unsplash

Over de auteur

Christine van Eerd

Bekijk hier haar volledige Tekstnet profiel.

Reacties

  1. Mooi verhaal, Christine. Ik denk er precies zo over!

  2. Wat een mooi punt maak je hier. Ik zit er precies zo in. Ben niet zo van: ‘de voet tussen de deur’ of ‘dat heb je wel degelijk gezegd’. Als ik al trucs gebruik om ‘achter het verhaal te komen’ is het ingaan op emotiewoorden, stiltes laten vallen, samenvatten enz. Maar het is altijd de bedoeling om iemand te helpen zijn verhaal te laten vertellen, op een manier dat het uiteindelijk een mooi verhaal wordt. Een verhaal waar iedereen blij mee is: de lezer, de geïnterviewde en ik als tekstschrijver.

  3. Het klopt wat je zegt, we hebben als tekstschrijver een heel andere functie dan als journalist. Ook ik werk op deze manier. Maar ik ben wel naar Het Grote Interviewtheater geweest. Juist om iets toe te voegen aan het arsenaal technieken. Want je zit niet altijd tegenover een lieve medewerker die nooit geïnterviewd wordt en die je een beetje tegen zichzelf moet beschermen. Je zit ook wel eens voor het blad van de ondernemingsraad tegenover de directeur van de organisatie op een moment dat de verhoudingen gespannen zijn. Dan wil ik door de mooipraterij heen kunnen prikken. Als tekstschrijver zijn we dus niet altijd blindengeleidehonden, maar soms ook pitbull.

    1. Author

      Ja daar zit zeker iets in Corianne. Door mooipraterij heen prikken is vaak lastig. Misschien volgend jaar toch maar naar dat gala gaan.

  4. Soms kan het wat genuanceerder zijn. ik heb bv wel eens iemand geïnterviewd die een buitenlandse achtergrond heeft. In het interview stond : “ze is echt haar vaders dochter” . Nederlanders hebben daar geen moeite mee, die wéten wat het wil zeggen nl: je hebt veel weg van je vader. Echter, degene die geïnterviewd werd was heel verontwaardigd. “Ik ben ook een kind van mijn moeder, schreeuwde ze door de telefoon. En ik moest praten als Brugman om haar te laten inzien dat ik haar niet als een ‘bastaard’ te kijk had gezet, maar dat het een gewone Nederlandse uitdrukking was.

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.