U of jij: wat is het beste in een tekst?

Geschreven in Blog, Schrijven, Taal door Christine van Eerd10 reacties

De lezer direct aanspreken is meestal een goed idee in teksten. Vooral als de tekst bedoeld is om mensen tot een actie aan te zetten. Maar hoe doe je dat? Met je of met u?

Hi Christine, je hebt een huurverzoek ontvangen. Is je auto beschikbaar?
Een sms’je van SnappCar valt altijd met de deur in huis. Autodelen is hip, dus gebruiken ze je en jij.

Hej Christine bekijk onze nieuwe keukens.
Ho ho, ik ben een mevrouw van ruim vijftig, wil ik zo worden aangesproken? Ik ben toch geen Viking?

Geachte mevrouw Van Eerd, hierbij bevestig ik uw afspraak met …
Nou, nou, we mailen nu al een paar keer heen en weer, waarom blijf je zo mevrouwen? Zo oud ben ik nou ook weer niet.

Het is ook nooit goed of het deugt niet. Als ik met u word aangesproken, schept het afstand. Komt een bedrijf binnen met een te populaire aanspreekvorm, dan gaat dat me weer te ver.

Je of u, wat werkt het beste?

Waren we maar Engels, dan hadden we dat dilemma niet. Wim T. Schippers sprak in zijn programma Ronflonflon met Jacques Plafond zijn gasten consequent aan met joe. Maar dat heeft niet echt doorgezet.

Als tekstschrijver moeten we dus altijd kiezen. Telkens is het weer wikken en wegen.

  • Wat past bij het bedrijf?
    Je bij een meer informele cultuur, maar probeer het bedrijf niet informeler te laten lijken dan het is.
  • Waar komt de tekst te staan?
    U in een brief aan volwassenen, je bij interne communicatie (collega’s onder elkaar).
  • Is de lezer jong of oud?
    Dat weet je natuurlijk niet altijd. En wat is oud? Je wilt niet dat mensen zich onnodig oud voelen.

Hét recept voor u of je heb ik niet.

Ikea kiest duidelijk voor je en jij – ook in personeelsadvertenties – en maakt speels gebruik van het Zweedse ‘hej’. Zo bouwen ze hun merk. Mij spreekt het niet echt aan. Zouden ze daar met een vergrijzende doelgroep nog eens op terugkomen? Of ga ik er vanzelf aan wennen?

De woordvoerder van een burgemeester bleef me in een e-mail-wisseling hardnekkig met u en mevrouw aanspreken. U zeggen bleek daar de norm, merkte ik later bij het interview. Dus haar keuze was de juiste: ze deed wat bij haar organisatie past.

Of toch niet? De aanspreekvorm sluit niet aan bij de doelgroep. Voor mij voelde het alsof ze bewust afstand wou scheppen.

Blijf consequent

Wat de keuze ook wordt: voer hem consequent door. Dat is een schone taak voor tekstschrijvers en redacteuren. Zeker als een organisatie de overstap maakt van u naar je, want oude formuleringen blijken nog her en der verstopt te zitten.

Consequent gebruik geldt overigens alleen binnen dezelfde tekstsoort van een organisatie; niet per se voor alle teksten van die club.

Neem bijvoorbeeld een woningcorporatie. Het is heel goed te verdedigen dat die via de website de lezers met je aanspreekt en in brieven kiest voor u. Tenzij het een brief is aan huurders van studentenwoningen.

Maar wat wil ík nou eigenlijk?

Ik blijk niet consequent.

Soms wil ik worden aangesproken met je en soms voelt u beter. Soms wil ik betrokkenheid, soms juist iets meer afstand. Popi-verkooppraatjes op de je-toon, daar blijk ik niet van gediend. Maar bij te veel u voel ik me ook niet senang.

De oplossing heb ik dus niet in petto.

U / JIJ wel?

 

 

Over de auteur

Christine van Eerd

Bekijk hier haar volledige Tekstnet profiel.

Reacties

  1. Inderdaad, vaak een lastig dilemma: u of je. Zoals je aangeeft spelen zoveel factoren een rol. Ook jij hebt niet dé oplossing, maar wel verhelderende voorbeelden en overwegingen. Dankjewel!

    1. Author

      Mooi verhaal Johan. Geeft aan dat je hier goed over hebt nagedacht, bewust een keuze hebt gemaakt. Ik werk momenteel voor organisaties die ‘je’ willen op de website. Voelt voor mij soms ongemakkelijk, want inderdaad: je kent de lezer nog niet. Maar klant is koning, dus als ze daarvoor hebben gekozen, zorg ik dat het consequent wordt doorgevoerd.

  2. Leuke blog Christine!
    Je kunt iemand tegenwoordig beledigen als je “je” zegt, én als je “u” zegt. Onze losheid in Nederland maakt het allemaal niet makkelijker! Ik woon nu een periode in Frankrijk, en hier is de aanspreekvorm bij het eerste contact altijd “vous”, behalve bij kinderen of dieren. Nu ik hier een tijdje woon waardeer ik de Franse wellevendheid die met het vousvoyeren samengaat steeds meer.
    In mijn (Nederlandse) columns en op mijn website gebruik ik altijd “je”. Bij aanbestedingsdocumenten altijd “u”, maar die schrijf ik namens een aannemer. Mijn schrijfstijl is informeel. Als mensen daar niet van houden, dan weten ze dankzij mijn website en columns dat ze beter een andere tekstschrijver kunnen zoeken.
    Hetzelfde geldt voor Ikea, met het tutoyeren filteren ze klanten die houden van licht en luchtig. Behalve in Frankrijk, daar vousvoyeert Ikea wel!

    1. Author

      Interessant Christel dat de Franse Ikea andere keuzes maakt dan de Nederlandse. ‘s lands eer ‘s lands wijs. Dat doen ze dus goed.

  3. Een andere optie is om het de lezer zelf te laten bepalen. Ik kan het zo gauw niet terugvinden, maar ik zag een keer een website in de jij-vorm met ergens de vraag: Of bent u een u? Als je daarop klikte werd de hele site omgezet in de u-vorm (en vice versa) .

  4. Herkenbaar, Christine! Ik heb over dit thema al een tijdje geleden een blogje geschreven, vanuit het dilemma of ik op mijn eigen site de lezer al of niet zou tutoyeren: http://atontekst.nl/jij-of-u/ – teruglezend zou ik nu al minder stellig zijn over mijn keuze. Het is dus nog steeds een actueel onderwerp…

  5. Ik vind het onderscheid niet zo moeilijk: ik verwacht van iemand die me persoonlijk aanspreekt “je” en van onpersoonlijke communicatie “u”. Als een bedrijf me met “je” aanspreekt (of, erger: “jij”) dan ergert me dat gigantisch. Ik krijg de neiging om me meteen af te sluiten.

    Omgekeerd vind ik het erg prettig als een arts of wegenwacht-medewerker “je” zegt. “U” voelt in die gevallen overdreven formeel, het geeft me het gevoel van gereduceerd te worden tot een willekeurige “patient” of “klant”. De afkeer die dat oproept is precies even groot, nu ik erover nadenk.

    Het verschil zit hem voor mij in dat onpersoonlijke communicatie zoals op dat bordje boven, maar ook elke bedrijfsmatige communicatie of de borden boven de snelweg er geen band is tussen de partijen. Het is een vorm van broadcasting, van “one to many” communicatie waarbij de zender de ontvanger niet kent.

    Mijn aversie tegen tutoyeren in broadcasting komt doordat ik heel sterk de indruk krijg dat degene die die tekst schrijft probeert om desondanks in mijn persoonlijke sfeer te komen door te tutoyeren. Het eerste wat dan bij me opkomt is “die willen geld aan me verdienen door de toffe peer uit te hangen!”, of “ze hebben vast zo’n eng, hip bureau met een Z of een Q in de naam ingehuurd en nu moet alles ineens met jij en jouw. Getver! Weg ermee!”

    Het veroorzaakt een dissonant, want a) ik ben niet in de persoonlijke sfeer van dat bedrijf, en b) ik WIL dat ook helemaal niet.
    Kortom: het voelt vals, nep, ongepast en opdringerig, want bedrijven en instellingen *zijn* geen personen.
    En al helemaal geen vrienden. Dat onderscheid hou ik er graag in.

    Dat heeft niks met beleefdheid te maken, maar met de grens tussen wat privé en wat publiek is. Dat bedrijfsmatige toffe-peer-getutoyeer probeert die grens te doorbreken en dat wil ik niet.

    Ongetwijfeld heeft die verwarring iets te maken dat veel mensen zich niet zo bewust lijken te zijn van dat onderscheid tussen privé en publiek, met name in de (sociale) media.
    Maar dat is weer een héél ander verhaal.

Plaats een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.