Ook al is een tekst tot in de puntjes gecontroleerd, in de fase van de opmaak gaat er vaak wat mis. Daarom is het belangrijk dat je als tekstschrijver alle opmaakproeven checkt. De Correctiewijzer kan je daarbij helpen.

Opmaakfouten

Wie regelmatig betrokken is bij de productie van drukwerk, zal ze herkennen: de typische opmaakfouten. Een paar voorbeelden:

  • een titel met een typfout (omdat de vormgever titels en koppen vaak zelf intypt)
  • kopjes die als lopende tekst gezet zijn (of andersom)
  • rare of lelijke afbrekingen
  • ‘weggevallen’ stukken tekst
  • een verouderde voettekst in een periodiek
  • inspringingen waar ze niet horen
  • conversiefouten waardoor cafeïne opeens cafe ne wordt
  • ontbrekende spaties of te veel spaties
  • toegevoegde of juist weggelaten witregels
  • verkeerde bijschriften bij afbeeldingen

Veel opmaakfouten hebben gevolgen voor de tekst en jij weet precies hoe die tekst in elkaar zit. Daarom is het niet voldoende dat alleen de opdrachtgever en de vormgever de opmaakproeven checken.
Doe dit ook zelf en neem dit op als post in je offerte.

Lastminuteveranderingen

Let extra op bij wijzigingen op het laatste moment (en onder tijdsdruk). Bijna altijd heeft zo’n wijziging gevolgen voor andere onderdelen van de publicatie. Bijvoorbeeld:

  • De opdrachtgever keurt een foto af, waardoor een kop niet meer van toepassing is.
  • De communicatiedeskundige schrapt op last van de directeur een controversiële alinea, waardoor een quote opeens uit de lucht komt vallen.
  • De tekstschrijver verzint opeens alsnog een betere titel, maar vergeet dat die titel ook voorkomt in andere tekstonderdelen, zoals het voorwoord en het colofon.

Vraag dus altijd, zelfs bij de kleinste wijzigingen, een nieuwe opmaakproef.


Tekst: Annet Huizing