Zes redenen om CCC-gebruiker te worden

Als je je aanmeldt voor de toelatingsprocedure van Tekstnet krijg je ermee te maken: het CCC-model van taalprofessor Jan Renkema. Je werk wordt namelijk beoordeeld met een checklist die gebaseerd is op dit analysemodel voor tekstkwaliteit. 

Wil je je goed voorbereiden op de beoordeling, dan is het handig om je te verdiepen in het model. Maar er zijn meer redenen om het CCC-model te gebruiken in je tekstpraktijk.

1. Je laat zien dat tekstschrijven een serieus vak is 

Met alleen een vlotte pen ben je er nog niet. Als professioneel tekstschrijver denk je na over de doelen van je opdrachtgever en hoe je zijn boodschap het beste kunt overbrengen bij de lezer. Je werkt je keuzes consequent uit en je houdt je aan regels en conventies en als je dat niet doet, heb je daar goede redenen voor.

Kortom, jouw tekst voldoet aan Renkema’s drie criteria voor kwaliteit:

  • Correspondentie (geschiktheid voor doel en doelgroep)
  • Consistentie (consequent doorgevoerde keuzes)
  • Correctheid (regels en conventies)

Deze drie C’s zijn van toepassing op vijf niveaus die je in een tekst kunt onderscheiden:

  • A: teksttype (of genre)
  • B: inhoud
  • C: opbouw (of structuur)
  • D: formulering
  • E: presentatie (waaronder spelling en vormgeving)

Dit is het CCC-model in een notendop, met 3 (C’s) x 5 (niveaus) = 15 ijkpunten (zie kader). Houd deze ijkpunten altijd in je achterhoofd. In cruciale fasen van het schrijfproces heb je er profijt van: bij de briefing en de offerte, bij de conceptontwikkeling, bij overleg, bij schrijven, bij redigeren, bij evalueren en bij samenwerken. Het komt professioneel over en het ís ook professioneel. Mijn ervaring is dat opdrachtgevers het interessant en leuk vinden als je ze vertelt hoe jij beroepsmatig naar teksten kijkt. Zie ook punt 4.

2. Je hebt een menukaart voor eindredactie

De ene eindredactieklus is de andere niet. Wil je opdrachtgever een ‘grondige’ eindredactie of mag je alleen ‘de allerergste dingen’ eruit halen?

Bedoelt de opdrachtgever met ‘grondig’ dat je alle niveaus in de tekst bekijkt? En zo ja, gaat het dan alleen om de C’s van Consistentie en Correctheid, of ook om de keuzes op het gebied van Correspondentie? En wat bedoelt een opdrachtgever met ‘de allerergste dingen’? Alleen de spelfouten? Spelling en formulering? Spelling, formulering en structuur? En wat als je een inhoudelijke fout tegenkomt?

Kortom, er valt nogal wat te kiezen. Met de ijkpuntentabel van het CCC-model heb je een handige (genummerde!) menukaart.

3. Je maakt betere offertes die eerder geaccepteerd worden

De CCC-terminologie geeft houvast bij het opdelen van een opdracht in stukjes, en dus bij het opstellen van een duidelijke offerte met een gedetailleerde ureninschatting. Voor een grondige herschrijfklus bijvoorbeeld, moet je meerdere keren door de tekst heen, telkens met een andere bril. Met het CCC-model maak je dit inzichtelijk: je kunt goed uitleggen wat je doet, en verantwoorden waarom dat tijd kost.

4. Je hebt een kapstok voor conceptontwikkeling

Een tekstschrijver ‘vertaalt’ het communicatiedoel van de opdrachtgever in een tekstproduct dat aansluit bij de lezers. In de ontwerpfase (of conceptfase) ben je bezig met de C van Correspondentie. Die C gaat over de afstemming van het doel ook de verborgen doelen van de opdrachtgever en de verwachtingen en weerstanden van de lezer. Het CCC-model loodst je door het creatieve proces door op elk niveau de vraag te stellen: wat past bij doel en doelgroep?

  • Met welk teksttype komt de boodschap het beste over bij de doelgroep?
  • Hoe zorg je ervoor dat de inhoud van de boodschap aansluit bij de voorkennis van de lezers? Hoe houd je rekening met weerstanden? Wat moet de lezer in elk geval weten, en wat mag niet verteld worden?
  • Wat is de beste structuur om de boodschap helder voor het voetlicht te krijgen? Wat wordt de volgorde? Hoe creëer je een goede samenhang en een rode draad in het geheel? Welke structuurelementen (samenvatting, opsomming, kaders, kopjes) maken de tekst toegankelijk voor de doelgroep?
  • Welke formulering gebruik je? Zakelijk, afstandelijk, informeel, jolig? Hoe wil je lezer het liefst aangesproken worden?
  • In welke vorm kun je de boodschap het beste presenteren?

Met het CCC-model voorkom je dat je stappen overslaat en te veel je eigen stokpaardjes berijdt.

5. Je hebt een heldere vaktaal voor een goed gesprek over een tekst

Jij kunt als tekstschrijver een leidende rol spelen in het overleg met je opdrachtgever door met een heldere leidraad voor de dag te komen. Geef een mini-college over het CCC-model (vooral de vijf niveaus in een tekst zijn voor veel mensen een eye-opener) en de gesprekken over tekst worden meteen een stuk duidelijker en prettiger.

Zegt een opdrachtgever bijvoorbeeld: “Ik vind de tekst nog te moeilijk”, dan kun je met hem bespreken op welk niveau die tekst dan moeilijk is. Is de inhoud te gedetailleerd? Is de structuur niet toegankelijk of bevat de formulering te veel jargon?

Ook als een opdrachtgever met een eigen tekst komt die jij totaal ongeschikt vindt voor de doelgroep, kun je met het CCC-model snel analyseren en uitleggen waar het probleem zit. Als je dat samen met de opdrachtgever doet – dus naast de opdrachtgever gaat zitten in plaats van ertegenover – voelt die zich ook serieus genomen. Vraag steeds naar het waarom van de keuzes, dan komt de opdrachtgever er zelf achter dat zijn tekst niet doordacht was.

6. Je herkent snel je sterke en zwakke kanten

Met het CCC-model benoem je gemakkelijk je sterke en minder sterke kanten. Zelf werkte ik een tijdje samen met een collega. Zij heeft een sterk taalgevoel en is dus goed in formulering. Mijn sterke kant is structuur. Onze samenwerking verliep soepel omdat we elkaar aanvulden. Misschien ben jij van de eerste C: een creatieve conceptontwikkelaar die minder geïnteresseerd is in de consistente (C2) en correcte (C3) uitvoering van een concept. Misschien ben je juist iemand van de puntjes op de i (correctheid in formulering en presentatie) maar heb je moeite om een goede inhoud te destilleren uit een oerwoud aan informatie. Het is handig als je je ervan bewust bent waar je ‘staat’ in het CCC-model. Je weet dan waarin je je verder zou kunnen scholen, welke klussen je beter kunt uitbesteden en welke samenwerkingspartner goed bij jou past. En ben je goed in alle aspecten van een tekst? Dan kun je jezelf CCC-pro(o)f noemen.

Het CCC-model voor tekstkwaliteit

In hoofdstuk 2 van de Schrijfwijzer (2012) van Jan Renkema staat een uitgebreide toelichting op het CCC-model, inclusief een checklist met vragen per ijkpunt en een voorbeeldanalyse.

Hieronder geef ik alvast het schema:

ccc


Dit is een bijdrage van Annet Huizing uit de Gids voor tekstschrijvers van Tekstnet.