Eigenlijk heb ik nooit bedacht dat ik tekstschrijver wilde worden. Ik was het altijd al. Vanaf het moment dat ik pen en alfabet bij elkaar bracht, heb ik geschreven.
Geboren op het Grunneger eerappellaand was ik een vlijtig liesje dat graag las. Misschien is verslinden van boeken een betere omschrijving. Alleen lezen was niet genoeg, dus zette ik de inhoud van hoofd en hart om naar teksten. Ik deed verslag van mijn leven. Hoe de goudvis uit z’n kom sprong (en overleefde), hoe ik verliefd werd op Koen met z’n witblonde kuif (en hem een brief schreef), hoe ik via een rode draad tekstjes zond naar mijn buurmeisje (die ik nog steeds ken), hoe ik tegen kruisrakketten was (en mijn eerste actietekst op papier kalkte.)
Ik startte mijn professionele tekstschrijversbestaan vanuit mijn opleiding Journalistiek en Voorlichting in 1992 als freelancer. Samen met een vriend van de opleiding begon ik direct daarna Schrijf-Schrijf, een communicatiebureau. Acht mensen in dienst en schrijven voor veel groene en goede-doelenklanten: Greenpeace, Hivos, Pax Christi, Novib… ondertussen ontwikkelde ik me tot Moeder-Overste met een P van personeelsbeleid op mijn rug. Teksten schrijven was een bijzaak geworden. Toen heb ik na dertien jaar samen, de basis weer opgezocht. Teksten schrijven! Alleen.
Alleen schrijven vind ik fijn, maar soms zoek ik bevestiging. Dan is het goed collega’s in clubverband te ontmoeten. Of met eentje af te spreken op een bankje voor een goed gesprek. Met enkele werk ik samen. Aan een tijdschrift voor de transportbranche, bij een patiëntenorganisatie voor schildklierpatiënten, voor een website over duurzaamheid of aan een poëzieproject. Samen iets schrijven vind ik een behoorlijk intiem proces. Je deelt prille creaties die soms nog moeten groeien en krijgt dan al feedback. Dat zet soms krassen op mijn ziel. Kan ik desondanks iets mooiers bedenken? Nee. Schrijven is soms keihard schrappen. Van wie hoor ik dat liever dan van een gelijkgestemde tekstvreter?