Sluit je aan bij Tekstnet!

Van wichie tot oranjese: mijn liefde voor dialecten

Bord in groene omgeving met de tekst 'De Limburgers heten u welkom'

Sinds een maand of tien rij ik het bord op de A67 enkele keren per maand voorbij: De Limburgers heten u welkom. De reden? Een nieuwe liefde. Een Venlonaar in hart en nieren. Voor de zoveelste keer in mijn leven dompel ik mij onder in een nieuw dialect. Want of je nu afrekent in de supermarkt of op een festival staat met een sjoes – het Venloos wordt hier euveral gesproken.

Dialecten, ik hou ervan. Zeker voor ons kleine land hebben wij er ontzettend veel, met ook nog heel veel lokale verschillen. Als tekstschrijver vind ik ze reuze interessant. Dialecten maken je extra bewust van de Nederlandse taal. Ze laten zien hoe speels en creatief taal kan zijn en zijn vaak muzikaler dan het ABN. En, ze verrijken je woordenschat.

Outsider in de Achterhoek

Ik groeide op in de Achterhoek, in de tijd van het høken van Normaal, met niet-Achterhoekse ouders. Al vrij jong voelde ik me daar geregeld de outsider, met mijn keurige ABN. Zeker wanneer de buurman weer iets onverstaanbaars tegen me mompelde, omdat hij de helft van de woorden inslikte. Toch heeft het buitenstaander zijn – zeker voor iemand met een grote liefde voor taal – ook een mooie kant: al die bijzonderheden in een dialect vallen extra goed op.

Nieuwe woorden

Voor mijn studie communicatiewetenschappen verhuisde ik naar Enschede (in Twente – dus níét de Achterhoek!). Hier maakten de langgerekte oooo’s en aaaa’s alles een stuk verstaanbaarder. En ik leerde nieuwe woorden, waar geen goed Nederlands equivalent van is. Slof bijvoorbeeld, voor een oud, niet meer zo knapperig koekje.

Stug Fries

Met destijds Friese schoonouders, die stug Frysk tegen mij bleven spreken, leerde ik al snel nog meer mooie woorden, zoals jiskefet (prullenbak) en famke (meisje). Op mijn toenmalige schoonvader wist ik mooi indruk te maken, met een Sinterklaasgedicht in het Fries. En nu, zo’n fiifentweintich jier later, versta ik het nog verrassend goed.

En ja, ik weet het. Fries is een taal, geen dialect. Daardoor des te bijzonderder binnen ons kleine Nederland. Leuk nieuws dus, dat besloten is dat alle leerlingen op basisscholen en in het voortgezet onderwijs Fries moeten gaan leren, zodat de taal levend blijft. Dit jaar doen er zo’n 200 leerlingen eindexamen Fries; nog nooit waren het er zoveel.

Dialect in muziek: Drents

Via de liedjes van Daniël Lohues – voormalig Skik-zanger, bekend van ‘Op fietse’ – leerde ik later ook het Drents kennen en waarderen. Een prachtig dialect, dat laat zien dat een dialect ook in muziek heel anders aanvoelt dan het Nederlands. Dialect heeft een eigen ritme. Sommige woorden en zinnen zijn uniek of bevatten een bepaald gevoel of emotie, dat zich niet één-op-één laat vertalen. Neem het Drentse wichie, voor meisje. In 2023 nog verkozen tot Liefste Drentse Woord. Helemaal mee eens.

In 2024 bracht Esther Groenenberg een EP uit met de vertaalde liedjes van Lohues. Mooi dat ze zo de muziek van Lohues naar een groter publiek weet te brengen. En een hele uitdaging. Sommige woorden hebben bijvoorbeeld in het Nedersaksisch, waar het Drents onderdeel van is, twee lettergrepen (zunne) in plaats van één (zon). Zie dat maar eens mooi te vertalen, maar dat doet Esther. Maar hoe knap ook gedaan, toch gaat er voor mij iets ongrijpbaars verloren. Dus ik hou ’t bij Lohues.

Liefde voor Limburg

Na vele jaren ben ik inmiddels ingeburgerd in het Eindhovense, waar ik sinds 2009 woon, en zeg ik soms ‘langs’, waar ik ‘naast’ bedoel. En sinds kort mag ik dus opnieuw aan de bak, in Venlo. Overal luister en leer ik. Van gesprekken tussen mensen, van de regionale radiozender L1 tot de berichten in het dialect in de familie-appgroep.

Ik ontdek dat er veel trema’s (zoëwiezoë) en dubbele klinkers (slaope en vanaovend) in het Venloos zijn. Dat sommige maanden heel grappig lezen (fibberwari). Dat sommige woorden standaard de ‘d’ of ‘t’ op het eind missen (jeug, of luch). En dat veel woorden in uitspraak aan elkaar geplakt worden: ik ga het bedin (bed in), of de trabop (trap op).

Oranje(se) bloem

Mijn nieuwste favoriet? Oranjese. In het Nederlands hebben we het over rood-rode, geel-gele, blauw-blauwe… Maar een oranje bloem? Die blijft gewoon oranje. In het Venloos zeggen ze: oranjese bloom. Heerlijk toch? Ik zuig alles op als een spons. En ook die laat soms druppels dialect los: “…die met die oranjese haren”, hoorde ik me vorige week ineens tegen mijn kinderen zeggen.

De outsider: in veel situaties voel ik me nog steeds zo. Maar zo erg is dat misschien niet, als je bekijkt hoe het je verrijkt. Dus of het nu Twents, Drents, Brabants of Limburgs is… dialect, I love it.

Oh, wacht. Dat is gewoon Engels.

Reacties (1)

  1. Christine van Eerd 13 mei 2026, 09:50
    Wat prachtig Debbie: je levensverhaal aan de hand van streken en dialecten. Een mooie combi van liefde voor mensen en voor taal. En hoe je blik van buitenaf je taal verrijkt.

Plaats een reactie

Je reageert op een bestaande reactie. Toch op het bericht reageren?

Je reageert op een bestaande reactie.

Je moet ingelogd zijn als lid om te kunnen reageren.

Inloggen
Blijf op de hoogte!

Schrijf je in en je ontvangt via mail updates over nieuwe blogs en berichten.

Loading

Lees meer blogs

Blog acquisitie

We moeten het hebben over acquisitie

Blog

Mijn vier grootste AI-blunders ooit

Blog

Verharen jullie nog?

Blog

Hoe een Syrisch meisje mij na liet denken over de apostrof

Blog Minicamper van tekstschrijver Maaike van den Bosch

Van schrijfdroom naar bestseller: de eerste stappen zijn gezet

Blog

Wat verdient een tekstschrijver?

Blog De etiquette-spagaat in praatwolkjes

De etiquette-spagaat: van geachte naar hi!

Blog Camper bij ondergaande zon

Wat ik oppikte in de kerstvakantie: de taal van Onderweg naar liefde