Er zit TEKST in ToEKomST en als tekstschrijvers kunnen we de toekomst aan. Dat was de mooie centrale gedachte achter het afgelopen Tekstnetfestival. Mooie vondst.
Toch bleef ik na afloop met een vraag zitten.
De aanleiding vormde een vraag die ik de laatste tijd vaker krijg. Gewoon tijdens een gesprek op de sportvereniging of op een verjaardag.
‘Als je zoveel tijd besteedt aan interviews, analyse, doorvragen en het blootleggen van verhalen, ben je dan eigenlijk nog wel tekstschrijver?’
Natuurlijk ben ik tekstschrijver. Dat staat op mijn website, op LinkedIn en op mijn visitekaartje. Toch bleef de vraag hangen. Niet omdat ik aan mijn beroep twijfel, maar omdat ik me begon af te vragen waarom juist óns vak zulke vragen oproept.
Misschien herken je dat gevoel ook wel. Niet de twijfel over het beroep zelf, maar de behoefte om steeds vaker uit te leggen wat er allemaal bij hoort.
Het onzichtbare deel van ons vak
Daar zit precies de crux.
Iedereen ziet alleen de tekst. Vrijwel niemand ziet wat eraan voorafging. De interviews, de voorbereiding, de afgevallen invalshoeken of de vraag die een gesprek ineens een andere richting gaf. Terwijl juist daar vaak de grootste waarde van ons werk ontstaat.
Dat merkte ik eens tijdens een gesprek met een opdrachtgever. Twee tekstschrijvers hadden al webteksten voor hem geschreven. Daar was technisch weinig mis mee. Toch zei hij: ‘We herkennen onszelf hier niet in.’ Tijdens ons gesprek werd langzaam duidelijk waarom. In die teksten las ik vooral wat het bedrijf deed. Gaandeweg kwam de kracht van het bedrijf boven tafel. Nog voordat het interview was afgelopen, zei hij: ‘Ik ben blij dat we jou erbij hebben gehaald.’ Hij doelde niet op mijn tekst, want die moest ik nog schrijven. Hij doelde op het gesprek. Op de vragen waardoor zijn eigen verhaal ineens scherper werd.
Dat onzichtbare deel van het werk bestaat natuurlijk niet alleen bij tekstschrijvers. Een architect ontwerpt, onderzoekt, rekent en overlegt voordat de eerste bouwtekening ontstaat. Een fotograaf kijkt, wacht, kiest en anticipeert voordat hij afdrukt. Niemand kijkt daar vreemd van op.
Waarom voeren tekstschrijvers dan zo vaak discussies over de vraag of ze nog wel tekstschrijver zijn zodra AI een deel van het schrijfwerk overneemt?
Een goede tekst verhult zijn eigen ontstaansgeschiedenis. Hoe beter de tekst, hoe minder zichtbaar het denkwerk, de gesprekken en de keuzes die eraan voorafgingen. De lezer ziet alleen het eindresultaat.
AI legt iets bloot
Volgens mij verklaart dat meteen waarom AI zoveel discussie oproept. Niet omdat AI ons vak fundamenteel verandert, maar omdat AI juist het meest zichtbare onderdeel ervan raakt. Daardoor stellen we onszelf opnieuw de vraag waar onze toegevoegde waarde eigenlijk zit.
Wanneer ik terugdenk aan opdrachten die echt goed uitpakten, herinner ik me zelden de zinnen die ik schreef. Ik herinner me gesprekken. Dat ene antwoord waarop ik besloot door te vragen. De terloopse opmerking die uiteindelijk de kern van een verhaal bleek te bevatten. Het moment waarop een opdrachtgever zichzelf hardop hoorde uitleggen waarom klanten juist voor hem kiezen.
Dat zijn dus helemaal geen schrijfmomenten.
Misschien verandert er minder dan we denken
Dankzij AI zien we veel scherper wat een goede tekstschrijver altijd al deed. Luisteren, doorvragen, observeren, analyseren, structuur aanbrengen en betekenis geven. En pas daarna schrijven.
AI verandert ons vak minder dan we denken. Het verandert vooral onze blik erop. Dus ja, ik ben nog steeds tekstschrijver. Niet ondanks de gesprekken, de analyses en het doorvragen, maar juist daarom. Want ons vak begint veel eerder dan bij de eerste zin van een tekst die we schrijven. Misschien mogen we dat vaker laten zien.
Reacties (8)
Plaats een reactie
Je reageert op een bestaande reactie.
Je moet ingelogd zijn als lid om te kunnen reageren.
Inloggen