Het keurslijf van officiële spelling

Geschreven in Blog, Schrijven, Spelling, Taal door Felix van de Laar1 reactie

Het is weer december, de maand van het Groot Dictee der Nederlandse taal; spellingmaand. Bij mijn werk als tekstschrijver heb ik me natuurlijk altijd netjes aan de officiële spelling gehouden. Tegelijk heb ik altijd gedacht dat die officiële spelling een onding was. Ten eerste omdat het zo’n streng systeem is; ten tweede omdat zo veel mensen er fouten tegen maken. Maar aan die mening heb je weinig als je een opdracht uitvoert.

Zit het nu muurvast, die spelling? En wordt het Groot Dictee van deze week weer een foutenfestijn, waar zelfs de winnaar misschien wel meer dan tien fouten maakt? Het zou zo maar kunnen.

Fout verbindingsstreepje
Toch zie ik lichtpuntjes; misschien wordt het keurslijf binnenkort toch wat losser. In de NRC van 3 december schreef Walt van der Linden, die een Ghanese statushouder bij zijn inburgeringscursus helpt, dat zijn leerling voor de zoveelste keer voor zijn taaltoets was gezakt. Onder andere omdat hij het verbindingsstreepje in progressief-liberaal niet goed had gezet. De man wil logistiek manager worden en heeft daar verder alle papieren voor. Dat is dus gekkenwerk; de casus is waarschijnlijk exemplarisch binnen het inburgeringscircuit (bijna had ik …circus geschreven) en verdient een politieke behandeling. Welke Nederlander schrijft ad-hocbeleid spontaan goed?

Variatie is niet verboden
Lichtpuntje twee is de benoeming van Hans Bennis, de scheidend directeur van het Meertensinstituut, tot algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie. In een interview zegt hij belangstelling te hebben voor variatie in grammatica en spelling. Daarmee is hij de eerste algemeen secretaris die dat zegt en ik hoop dat hij het meent. Dat spelling zou kunnen variëren staat haaks op het idee van velen dat er maar één spelling is.

Dat is dus niet zo, er zijn zo veel spellingen als we zelf willen. De wet laat ons daar geheel vrij in, buiten de genres van overheidsteksten en het onderwijs. (En er staat geen straf op als je het fout doet!)

Experimenten met alternatieve spellingen
Er was een tijd waarin veel mensen experimenteerden met alternatieve spellingen, vooral in de richting van meer fonologisch en minder morfologisch en etymologisch. Tot voor enkele jaren kende ik eigenlijk niemand die dat nog deed, totdat ik in aanraking kwam met Wil Bijlsma, die op onregelmatige tijden per e-mail vvep’s (verhalen van één pagina) naar abonnees verspreidde. Vergelijkbaar met de stukjes van A.L. Snijders, maar in het strikte keurslijf van de lengte: een plaatje ging van de tekst af.

Wil was ook zijn streken uit de vroege jaren zeventig niet kwijtgeraakt. In 2014 schreef hij in NederL: “Ik ben in myn ygen spelling niet konsekwent, maar er is geen wet die dat van me yst. Wat meer plurieformietyt in de spelling kan helemaal geen kwaat. We zien er ook niet meer allemaal hetzelfde uit.”
De reacties op zijn bijdrage waren – we leven in tijden van internet – fel en vuil, alsof Wil de akeligste zedendelinquent van Nederland was.

Leef je nog?
Toen ik dit najaar de vvep’s van Wil begon te missen, stuurde ik hem een mailtje met de retorische vraag: Leef je nog? Zijn levenspartner Anna – zijn muze, van wie hij Pools leerde – gaf het onmogelijke, onwenselijke, verdrietige antwoord: Wil was eerder die maand overleden. Ik koester mijn herinneringen aan hem – en die bestaan louter en alleen dankzij digitale correspondenties, en een papieren bundeltje vvep’s van een paar jaar geleden dat je kon bestellen. Wil Bylsma (zelfs zijn eigen familienaam mocht je anders spellen) werd 73.

Zo’n beetje alle argumenten uit het debat over spelling(verandering) staan in een tekst van Wil uit 1972.

We zijn nog geen steek verder.

 

Over de auteur
Profielfoto van Felix van de Laar

Felix van de Laar

Bekijk hier zijn volledige Tekstnet profiel.

Reacties

Plaats een reactie